woensdag 31 december 2014

Gezien en verdwenen in 2014


In hartje Groningen werd het honk van Vindicat gesloopt. Inmiddels is er tien meter verderop een nieuw stulpje voor de drinkebroers verrezen.

Ook het vierhonderd jarig bestaan van de Rijksuniversiteit Groningen is inmiddels gevierd.
Zij gaan zelf zo te zien voor infinity.



Maar feesten doe je anno 2014 niet alleen maar in het centrum, ook een sportveld op Zernike leent zich goed om hossend en hijsend een nacht door te halen.
de day after vonden mijn twee jongsten de voetbalwedstrijd van hun grote broer ernaast maar saai. Bierbekertjes rapen is dan een welkome zondagmiddagbesteding.

Mijn eigen kater verdween dit jaar zonder nader bericht. Ja, eerst wel. Toen werd ik elke maand gebeld dat er 'zo'n prachtige poes' in een of andere uithoek van de stad rondzwierf en met de vinder mee naar binnen liep. Maar toen mister James zijn hangertje verloor, belde er niemand meer. James koos zijn eigen huis.








Op mijn eigen fijne plek, waar ik twaalf jaar woonde, geniet nu een ander gezin van het uitzicht over Groningen. Ik heb nu geen 'room with a view' meer, maar huur een huis met tuin. Met muizen.

En met zo'n veldmuisje kan de zus van James, die wel bij mij bleef wonen, eindeloos spelen. Waarna ze hem, onder luid gekraak, oppeuzelt.
Gelukkig lust ze geen kamelen. Ik daarentegen wel weer.








Maar ik hou toch meer van zoetere zaken.
Machtig. Buiten. Espresso. Rome. 
Alwaar sommige uitzichten die in Groningen dan weer overtreffen. (de RE- en de -A zijn hier van de foto gevallen)
Het verbaast me altijd hoeveel wegen er naar  Rome leiden en hoe moeilijk het is om er weer weg te komen. Treinen vertrekken vanaf perrons die drie kilometer van de hal liggen. Autoverhuurbedrijven willen werkgeversverklaringen of achthonderd euro borg aan contanten (ja, inderdaad een creditkaart mag ook. Maar die heb ik niet). Daar komt nog bij dat organiseren niet mijn kernkwaliteit is dus missen we de bus, en die andere en....











Wat dan wel weer fijn is, is dat ik een ster ben in toevalligheden. Zodat we tijdens een zeer onlogische route voor een rondleiding over het erf, het gemiauw van kat Lucrezia hoorden. Ze was al twee weken spoorloos. Maar de Italiaanse moederkat is tenminste weer uit de put.
Nog even over die 'Paultje met het paarse krijtje', het mooiste kinderboek dat er bestaat, die stond deze zomer zomaar in mijn tuin. Hij paste er niet meer helemaal op, maar in het echte leven past soms ook niet alles. Hij tekent zijn eigen wereld, die wij onszelf dromen, maanlicht dat we najagen, verlangen, vragen, angsten waarin we verdrinken, omdat ons krijtje gaat trillen van angst en zo golfjes maakt.

Maar met datzelfde krijtje kun je ook pasteitjes tekenen. Of een mager rendier om de restjes daarvan te komen opeten. Of een schele agent die de weg wijst (de weg die je toch al wilde inslaan).

En uiteindelijk kun je zelfs je eigen bedje tekenen. En dan gelukkig in slaap vallen.

Teken je eigen leven. En als je geen paars krijtje hebt, dan kun je zelf goed om je heen kijken. Zien wat je wilt zien.
Of vraag het anders aan een kind. Dat jong genoeg is om het te begrijpen.


Deze Paul zoekt ook haar bedje op.
En wordt pas volgend jaar weer wakker.
Slaap lekker lieve lezers.

torno subito = ik ben er zo weer :-)

Geweldig 2013

De meest vredelievende boer van Italië die ik kende kon zijn oogst zelf niet meer zien. Maar zijn boontjes smaakten goed.

Die zomer trok ik de plantjes met wortel en al uit de grond. Het viel me minder zwaar doordat ik dit samen met L. deed. Onder vier ogen, in de bloedhete uiterwaarden van de Tiber, die geen oren heeft. Tranen vermengden zich met het zweet op zijn bezwete blote bovenlijf. "We zouden goed draaiend houden boerderij, met wij drie",  zei hij, "Jij, ik en zij". De boerin, voor wie hij op eieren liep. Maar dat is precies wat ze niet wilde.


In de herfstkleurige varens in de Douro-heuvels, bij Porto schuilde ik onder een eeuwige steen met mijn lief, toen daar de grijze hemel huilde.
De steen leek te lachen en huilen tegelijk,  zonder te kunnen zien.







In november was er in Nederland een ander soort geweld. Bomen die ouder waren dan ik, braken als luciferhoutjes, vielen op daken en huizen. Versnipperaars draaiden overuren. De restanten werden per schip vervoerd. Maar dat kon ik niet zien.


In dit lege doosje in Wartens, Friesland, hebben nooit lucifers gezeten. Wel kun je er schuilen voor regen of wind. Maar misschien kun je er ook wachten op een bus. 'Sakerhets tandstickor met OV-oplaadpunt', klinkt als twee tijdperken die zich maar moeilijk laten mengen.







In deze zakken zitten twee werelden verstopt. Super Basmati Rice India..... met een plaatje van het Azadi monument... in Teheran?
Weten jullie het nog? In het pre-Isis, pre-Gaza-plat, pre-MH17 tijdperk? Irani's waren het niet eens met de herverkiezing van Ahmadjinedad en protesteerden daar openlijk tegen. Iets wat sinds 1979 niet was gebeurd. Er gloorde hoop.
Horen we nooit meer wat van. Het plaatje van het gebouw waar ze toen op klommen, pronkt nu op zakken rijst uit India.




Dichter bij huis, pal voor mijn deur zelfs, stond  me eind 2013 het huilen nader dan het lachen.

Sinterklaas kwam zich mijn Tomtom toe-eigenen en de Kerstman deed er nog een schepje bovenop door het gereedschap mee te nemen. Niet dat Sant Claus graag klust of zo, want hij bood het -z.g.a.n.- na de jaarwisseling voor een prikkie aan op marktplaats.



Genoeg getreurd.
Blijven hangen in oud zeer is niet mijn stijl.
En ik loop ook nog eens een jaar achter.

Dus hop hop hop, Paultje.
Richt je blik op wat nog komt,
kleur de wereld vrolijk paars,  
En teken je eigen dromen.

dinsdag 30 december 2014

Vrije worsten en donuts (2)

Een toenmalige vijand van de DDR, die uit zijn gevangenschap werd vrijgekocht en daarna anderen hielp om naar het vrije westen te vluchten, zegt in de documentaire dat hij drie aanslagen overleefde.  Zijn vriend en zijn vrouw verlinkten hem, er was een Ghanese rivaal in de liefde in Boekarest, giftig eten in Londen en hij noemde zelfs de Zuid-Afrikaanse Swapo. James Bond is er niks bij.

Frau Tunker droeg een munt met Kennedy's beeltenis tijdens haar vlucht. Riekt naar heiligenverering. Ze kan nu, vijftig jaar later, op zoek naar de Tsjech die haar destijds hielp. Ook de Ossie die mensen hielp vluchten en de Wessie die informatie naar de DDR doorspeelde kunnen hun verhalen navertellen. Kennedy zelf werd vijf maanden na zijn speech vermoord. 'Freedom has many difficulties'. 

Toch ben ik blij in vrijheid te leven.

Om te kunnen kiezen of je de feestdagen met anderen viert. Of liever alleen.
Vrijheid om naar Curaçao te vliegen en het risico te nemen te worden geprikt door een Aziatische tijgermug. Of niet.
Vrij om kunnen lezen dat bewoners van Damascus een fietstocht houden om geld in te zamelen tegen kinderkanker. Ja, in Syrië. Omdat dat daar kennelijk ook kan.
Om kinderen op de wereld te willen schoppen, of juist niet.
Vrij om bij de buren aan te bellen om samen een kop thee of koffie te drinken
Vrij om kennis te vergaren, te dromen, om te geloven wat je wilt en te gaan waar je wilt.
Of om jezelf zo vreselijk vol te vreten met worst en donuts, dat je eigen lijf je die vrijheid weer ontneemt. En de roep klinkt om van overheidswege het vrije aanbod van de vrije markt in te perken. Vrijheid is nu eenmaal niet vrij van moeilijkheden.

Sommigen menen dat deze vrijheid fake is. Omdat onze muisklikken worden geteld en onze digitale vrienden digitaal zouden worden gefouilleerd. Dat we aan de ketting van het Kapitaal liggen. Maar dat heeft dacht ik al eens eerder iemand beweerd.

Ik voel me vrij. Of, anders gezegd:

”Ik hoop niets. Ik vrees niets. Ik ben vrij.” *










*Δεν ελπίζω τίποτα. Δε φοβούμαι τίποτα. Είμαι λέφθερος. Opschrift op het graf van Nikos Kazanthakis. Hem werd een kerkelijke begraafplaats ontzegd. Kazanthakis overleed, zes jaar voor Kennedy's toespraak, in -what's in a name-:
Freiburg.

maandag 29 december 2014

Vrije worsten en donuts



De VPRO serie 'Speeches' ging zondag over die beroemde van J. F. Kennedy in Berlijn.
-ik hoor het u met de steekwoorden Speech-Kennedy-Berlijn al bijna mompelen- 
"Ich bin ein wurst."
Want dat is wat de Amerikaanse president geloof ik zei. Maar misschien was Kennedy toch geen zoute, maar meer een zoete man, met een zachte, romige binnenkant. Een soort van Duitse donut dus.

Althans, dat is wat google van Ein Berliner maakt.

Worsten of donuts, mijn buikje is inmiddels rond. Met soep. Gemaakt van de zeewier uit de bedeling van appelvrouw, een pakje uit een van mijn twee kerstpakketten (toch knap, als zelfstandige), de laatste wortels uit de inmiddels bevroren tuin en, om het af te maken, geraspte kaas uit het restant van het kerstschranzen in 'Klein Zwitserland', zoals het daar in Holstein heet. Waar ik net was met mijn ouders uit Amsterdam. En mijn Berlijnse nichtjes. Met wie ik deze zomer langs de plek slenterende waar ruim een halve eeuw eerder Kennedy tot de wereldpers sprak. Ook deze zomer stonden er tribunes klaar. Aan de vrouw die ons crêpes verkocht vroeg ik wat er loos was. Men hoopte daar een dag later 'die Mannschaft' te inaugureren.

Toen Kennedy er sprak, zo hoorde ik gister, liep daar een andere vrouw. Ene Brigita Tunker. Ze wilde te graag de speech van Kennedy horen en belandde daarvoor in de cel. Toen besloot ze om -Diese Wut bleibt einfach da- een vlucht naar het Westen te wagen.

Op dat podium zei Kennedy om zelf naar Berlijn te komen. Om te kijken. Om met eigen ogen te kunnen zien. Hij was zich bewust van de wereldpers die hem omringde. De Brandenburger Tor was bedekt met rode lappen om Oost-Berlijn aan zijn zicht te onttrekken, en om Tunker en andere Ossies te beletten Kennedy te horen.
'Freedom has many difficulties' en 'Democracy is not perfect' zei hij. (Kom daar tegenwoordig nog eens om. Relativering is al lang uit de mode). Wat Kennedy niet wist, was dat de Stasi niet alleen achter de muur was, maar ook naast hem op het podium stond. Kennedy keek. Maar kon niet zien.

Ene William Borm, zo werd pas vier jaar na zijn dood in 1991 bekend, was niet alleen lid van de West-Duitse bondsdag, maar ook spion van de Oost-Duitse geheime dienst. En hij was niet de enige. Zo zei de man die destijds voor Borm werkte en ook een dubbelleven leidde. 'Doordat in West-Duitsland niemand wist van zijn werk voor de Stasi, 'voelden zijn vrienden in Oost voor hem als familie'. Wie ben je nog als je niet kan zeggen, niet kan zijn wie je bent?

(Vervolg)

zaterdag 20 december 2014

De haakjes en de Acas

Foto's aan haakjes, theedoeken aan haakjes, jassenhaakjes, ja, zelfs mijn tuingereedschap ga ik aan haakjes hangen. De muren worden dan wel één grote gatenkaas en de medeflatbewoners worden ook wel eens gek van mijn herrie. Maar, zo zei mijn bejaarde buurvrouw sussend in de supermarkt (Nadat ze vroeg: 'Wanneer is het nu eens afgelopen met dat geboor?) 'Het moet toch gebeuren'.

Efficiëntie is -hoe zeg ik dat een beetje diplomatiek- 'niet mijn meest in het oog springende kwaliteit'. Sterker nog, iemand zei me eens dat ik vast lid was van de ACAS; de Asociatie ter Complicatie van Affari Semplici, oftewel, de club die simpele zaken bemoeilijkt. Wat daar verder ook van zij. Ik sla hier dus alles aan de haak. Zelfs koffiekopjes. En waar kun je die haakjes beter vinden dan in het warenhuis dat van haar tot in de puntjes doorgevoerde efficiëntie een handelsmerk maakt. Precies, bij Ikea.

Aldus toog ik door de decemberstorm (nee, niet zielig, je kunt er overdekt parkeren, zelfs met een pakjedrager op het dak van je bus). Je wordt dan lekker droog naar de spullen geloodst waarvan je niet wist dat je ze nodig had maar die zo goedkoop zijn dat je ze niet kunt laten liggen. En ergens tussen de verlichting en de slaapkamers kun je je zelfs vol eten met Zweedse ballen en hotdogs. Er schijnen zelfs mensen speciaal naar Ikea te gaan om er te eten.
Maar het ging hier niet over kleffe hete honden, maar over haakjes. Waar ik mijn koffiekopjes aan ging hangen. Daar had ik al haakjes voor, maar niet genoeg (waarom een huishouden met één koffiedrinkend wezen twintig kopjes heeft, is ook een raadsel). Zelfs niet nadat ik, in een van te voren mislukte poging me vast te klampen aan iets dat voorbij is, met betraande ogen, alle planken, lampen en haakjes had losgeschroefd en had meegenomen uit mijn oude huis.

Ik zag mijn haakjes al hangen. Keurig aan de wand, met pollepels en bestekbakjes er aan. Maar, anders dan je zou verwachten bij een efficiënt warenhuis, er lagen geen haakjes voor het grijpen in het schap er onder. De gele man die ik om raad vroeg verwees me via de kantoormeubels terug naar de keukeninrichtingafdeling. Ik snap dat goed. Losse dingen die aan vaste dingen hangen, zijn moeilijk te definiëren producten. Lastig in de bedrijfsvoering.

En jawel, ook daar wanden vol stangen met haakjes. Van zeven en van elf centimeter. Hier wel een schap. Met opschrift. Van de grote waren er veel, het schap van de kleintjes, die ik wilde, was leeg. Een tweede gele man zag 'in het systeem' dat er  nog vijfhonderd moesten zijn. Toch niet een aantal dat je zomaar achteloos in je jaszak stopt, zei ik jolig. Hij liep terug naar de plekken waar ik al had gezocht. Tevergeefs.

Maar deze Lehti is niet alleen lid van de Acas (wie gaat er nu naar een warenhuis van duizenden vierkante meter voor een paar lullige haakjes?), ze is ook bekend bij de 'Organisatie der Obstinaten' (wie me wel eens heeft zien klussen, 'Buurman en Buurman' zijn er niks bij). Dus niks geen 'Laat maar meneer, ik kom wel een andere keer'. Nee, ik probeerde de beste man zelfs te verleiden tot het weghalen van showexemplaren. Voor mij. En toen, toen ging hij voor me op de knieën. 

Vastberaden haalde hij allerlei dozen uit de onderste schappen, zette ze op het looppad en verdween  toen zelf half in de kast. En zowaar, ergens op de grond achterin, vond hij twee begeerlijke zakjes met haakjes. De gelijkenis met mijn eigen huishouden is onthutsend.


Ik bedankte hem vriendelijk voor de moeite en de knieval en wenste hem veel succes met het vinden van de andere vierhonderdachtennegentig exemplaren.

Kopje koffie?

donderdag 11 december 2014

Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 2)

Eenmaal boven bij de notaris moeten we toch nog wachten. De dames drinken thee, de heren allen koffie. Er is eindelijk even tijd om een paar woorden met de kopers te wisselen. Zij geeft Griekse les, mijn ex spreekt daar de nieuwe variant van. Hij is archeoloog. Romeinse richting. Beide spreken ze Italiaans, mijn tweede taal. Dan schuift er een derde heer in pak aan. Aan de ronde tafel leest hij een belangrijk en ingewikkeld verhaal voor. Waarna alle aanwezigen zonder pak er hun handtekening onder zetten. Het zoontje van de kopers bladert in het paspoort van zijn vader.

In de lift terug naar beneden kijk ik met afgewende blik uit over nat en schitterend Groningen. De hemel is al uitgehuild. Meneer de makelaar haalt twee kadoverpakkingen uit zijn leasebak. Ik drink geen wijn. Maar dat weet hij natuurlijk niet. Hij feliciteert ons: "Jullie hebben meer gekregen dan ik had gedacht". ("Jij anders ook", denk ik stiekem). Als hij me even omhelst, komt er wat snot op zijn mooie jasje. Na het handen schudden rijdt hij naar het volgende tranendal.

Daar staan we dan.
Onder een strakblauwe hemel.
'Waar gaan we nu heen?'

Eenmaal terug in de straat voor de aller- allerlaatste zooi, moet ik plassen. We hebben alleen nog een sleutel van de buurvrouw. Kan ik zomaar ongevraagd van haar toilet gebruikmaken? Zonder dat ik de kat hoef te voeren? Gisteravond hielp ze nog met het inladen van mijn zaagtafel, die nog net tussen de box en bureaustoel in mijn auto paste. Ja ja, al die spullen kwamen nog tevoorschijn uit de catacomben van het kasteel waarvan ik maandag toch echt meende dat het leeg was.

In mijn nieuwe huis heb ik een nieuwe buurvrouw. Aan wie ik de box doorsluisde. Ze is net opnieuw (oppas-) oma geworden. Tot voor kort laadde ik andere bruikbare spullen vaak over in de auto van mijn laatste vriend, met wie ik, om het nog ingewikkelder te maken -een notaris is er niks bij- ook bijna buren ben. Waarna hij het weer versleepte naar zijn tweedehandswinkel. Maandag vroeg ik het hem weer, schoorvoetend, of hij wat mee wilde nemen. Het was goed, schreef hij. Toen we elkaar zagen, na een maand, was de woede, die via de mail soms zo welig tiert, gelukkig even weg. Een woordeloze omhelzing brengt soms rust.

Ik sta nu weer de dralen op de stoep van het huis dat het mijne niet meer is: 'Ik voel me net een kat van wie de kleintjes zijn verplaatst'. De makelaar appt me de meterstanden door. Zes. Ik ben zelf de tel kwijt.

De beschimmelde skeelers die ik naast de gasmeters vond, moffel ik tussen de fietswrakken in de klusbus. Ook de douchebak, destijds aangeschaft voor het bouwen van een nieuwe badkamer, die er nooit kwam, past er nog in. Gister vroeg ik grote zoon Frans wat ie met de tweepersoons lattenbodem wilde. Nu sta ik het bed met mijn ex vast te sjorren op het imperiaal.

'Wil je die mop nog?' vraagt hij, 'anders wil ik 'm wel.' 'Nee', zeg ik, en trek het ding waar ik net nog een laatste keer de door hem gelegde houten vloer mee dweilde, weer uit de achterbak.

'Wat een puinhoop', zeg ik.
Hij beaamt het.
Een omhelzing.
Dat was het dan. 

Als ik de straat uitrij, zie ik hem in de achteruitkijkspiegel de andere kant op fietsen. Hij houdt de bezem en mop in zijn hand.
Op de radio klinkt: What's the use to cry?

woensdag 10 december 2014

Dwaalspoor van bezit naar herinnering (deel 1)


"Willen jullie de keukenboiler nog? En de gordijnen? Lampen, rails, planken, kookplaat? En kijk dit hekje stond nog in de schuur. Het past precies daar, op de overloop. En zie je die blauwe spijlen? Die hebben daar gezeten, naast de trap naar de tweede, voordat we het huis hebben gescheiden."

In de tuinkamer hangen nog gordijnen die ik op maat liet maken toen iedereen van kamer wisselde in het spookhuis. Samen met de nieuwe bewoonster, eveneens moeder van drie kinderen, halen we beiden een helft van de roede. De makelaar staat intussen ongeduldig beneden.
'Of willen jullie ze nog gebruiken?'
'Ja, laat ze maar hangen.' 
Ik hang mijn helft weer netjes op.
Haar kant legt ze gevouwen op het plankje dat ooit als nachtkastje fungeerde.

Op de slaapkamer van Kees, waar eerder zijn oudere broers sliepen, zijn de zilveren wanden voor een deel al wit gesausd. Het schoolbord, door hemzelf met een vriendje geschilderd, zal ook gauw sneuvelen. Hij zelf gelukkig niet. Even schoot dat door mijn hoofd, toen ik gisteravond tussen de ene rit en de andere, in paniek door mijn ex werd gebeld: "Kees is kwijt! Hij ging vooruit maar hij is niet thuis! Misschien is hij naar het oude huis gefietst." Als eerste wilde ik weten hoe wakker Kees was. Vervolgens reed ik, doodop van werk, verhuizen en slaaptekort, turend in het donker door het autovrije park.
Kees was gelukkig gauw weer boven water. Hij was even verkeerd gefietst.

Via de keuken, meterkast en slaapkamers belanden we in de schuur.
'O, vinden jullie dat kinderbakfietsje leuk?'
'Ja, ik zag 'm bij de bezichtiging al'.
'Misschien willen jullie ook het antieke trapautootje wel hebben. Dan laad ik 'm weer uit.' 

Precies boven de plek waar het rode autootje opnieuw voor de kachel staat, hangt de tafellamp. De tafel verhuisde echter zo vaak van plek, dat de lamp voor het gemak aan een stangetje zit dat als een passer over het plafond kan draaien. Het stangetje komt van de wieg waar naast mijn jongens ook ikzelf en mijn oudere zus als baby in sliepen.

Nadat ik de verdwaalde voetballen ('Die groeien hier in de tuin') door de gang de voordeur heb uitgeschopt, draai ik de deur in het slot. Voor het laatst. De makelaar keert zijn auto, de kopers zijn de straat al uit. Ik wacht nog even op mijn ex die naar het hek van de brandgang rent om te checken of we straks bij de notaris wel de juiste sleutel in de Griekse-yoghurt-emmer doen.

Het is grijs en het regent. Ik kan de strepen op de weg maar moeilijk zien. Hoewel dat ook een andere oorzaak kan hebben. Gelukkig valt met de ruitenwissers op de snelste stand mijn eigen geveeg minder op. Ik hou een onnozele verhandeling over de ritstechnieken op snelwegen en voeg me intussen brutaal in de file achter de leasebak van de makelaar. Bij het remmen knalt de doos kerstballen tegen mijn rugleuning. Niet de gehele inhoud van de auto zal deze rit doorstaan.

(vervolg)

zaterdag 6 december 2014

Opscheppen over Chanel en de doos

"Heb je nog karton"
Is honderd meter genoeg?
"Heb je iets om de lijm mee vast te maken?"
Doe er maar twee sjorbanden om. 
"Mag ik deze buis gebruiken?
Ja, zal ik er een stukje afzagen eh, flexen? 

Over het algemeen valt het voor kinderen niet mee om een moeder met een klusbedrijf te hebben. De auto stinkt en zij zelf vaak ook. Maar als het vijf december is, kun je er als kind je voordeel mee doen. Dan kun je van een rol stucloper, een zilverkleurige ondervloer en een restje regenpijp een prachtige nagellak knutselen. Beetje jammer dat degene die jouw lootje dan trekt niet verder komt dan het leksteken van een bal met een kadootje in het gat. Maar da's altijd nog beter dan helemaal niks krijgen.

Die fles Chanel was natuurlijk prachtig, perfect, 'gedetailleerd' zoals Kees het zelf graag zegt, maar al zijn knutselvlijt ten spijt, om de surrealistische boot van Leo schoot ik de hele dag avond in de lach. En de brugklas ook. Rene Magritte is er niets bij


 

vrijdag 5 december 2014

Schroom, riem, vis, zwijg

Daar stond ik dan. Te wachten op mijn lekkerbek. Terwijl de visboer schichtig keek of geen van zijn klanten had gezien dat hij een visje vol beslag uit zijn handen had laten vallen, sjokte aan de overkant van de straat een in elkaar gedoken meisje voorbij. Of eigenlijk meer een jonge vrouw. Haar flodderige trainingsbroek bedekte haar voeten. Tien meter voor haar liep een man. Een opgefokte man. Met een hond aan zijn riem. Maar het leek alsof hij liever het meisje had aangelijnd. Hij schreeuwde naar haar, dat ze moest komen.
Nu.
Onmiddellijk.

Daar kan ik slecht tegen, tegen mensen die schreeuwen. In één richting. Hoewel ik het zelf ook wel eens doe. Naar mijn kinderen. 'Onmacht' heet dat geloof ik. Of 'controleverlies'. Waar je zelf niet uitkomt. Waar buitenstaanders gewenst zijn. Die iets doen. Of iets zeggen.

Er werd ook wel eens naar mij geschreeuwd. Vaak zelfs. Maar nooit in het openbaar. Pas als deuren gesloten waren en buitenstaanders uit beeld. Wat weer nieuw licht werpt op het fenomeen 'controleverlies'. Soms zijn priemende ogen van omstanders kennelijk net genoeg om een zeker gene te voelen, om een restje geweten te laten spreken. Nu niet. Of was dit slechts voorspel?

Ogen, blikken. Dat is het enige antwoord dat ik gaf. Dat ik kon geven. De schreeuwende man keek terug. Ik deed niets, ik zei niets. Wel wisselde ik een paar woorden met de andere visklanten. 'Dat is niet goed, hè', waren mijn wijze woorden van vanavond. Eén van hen was een keer verhuisd vanwege ruziënde buren. Elke avond was het raak. En hun kind kreeg er ook van langs. Ik popelde om hem te vragen of hij zijn buren wel eens had gevraagd of hij iets voor ze kon betekenen. Maar ik vroeg niets.

We keken op deze pakjesavond samen het meisje na in het donker.
Ze sjokte achter de schreeuwende man met de hond aan.

Thuis pakte ik mijn visje uit.

zaterdag 22 november 2014

Kleurig bedelen in november

De Oost-Europese straatkrantverkoopster naast de schuifdeuren lacht me nog breder toe dan de man op de cover in haar handen. Ze draagt een paarse muts, sjaal en dikke wanten. De uitheemsen die in het winkelcentrum rondhopsen dragen mutsjes van dezelfde kleur. Na mijn nederige 'Dat is zeker alleen voor kleine kinderen?', krijg ik van hen een paar pepernoten in mijn opgehouden hand. In de Hema zijn nog meer Pieten. Niet in het schap, maar pardoes in het gangpad, voor mijn neus. Het is er niet druk.

Hoe anders is het bij de Action. Rijen dik graaien mensen in schappen met schoenen, schroeven, schoonmaakmiddelen en chips. Het is de week waarin de kinder-, huur-, zorg- en andere soorten toeslag worden uitgekeerd. Wie er straks op één december de huur en zorgverzekering betaalt weet niemand. Via de intercom wordt gevraagd een vierde kassa te openen. Een jonge vrouw zegt verveeld tegen haar gekleurde vriendin in haar kielzog: "Ik vinnut hier niet meer zo leuk, heb nooit geld op mijn rekening".

Schuldbewust koop ik een rol kaftpapier voor mijn zuinige zoon Leo. Leo is erg van de hergebruik, tweedehands, zonne-energie, bio. Eten mag nog minder weggegooid dan ik nu doe, zijn huiswerk doet hij bij voorkeur op de achterkant van gebruikte A-4tjes en zijn wekelijkse promotie over zonnepanelen roep ik een halt toe door te zeggen dat daarmee ook de huur stijgt. De documentaire waarin wordt gepleit voor een duurzaamheidsoffensief vanuit Europa zal ik hem maar niet laten zien. (Kan het ook niet meer vinden op het net. Dit dossier economie wel). Te meer omdat ik een jas en broek voor hem koop die gezien de prijs onmogelijk een eerlijk loon aan de naaister gunnen. Hij heeft het niet van een vreemde. Ook ik stond op die leeftijd in een tweedehands jas te trommelen op het Binnenhof voor een betere wereld. Maar mijn idealisme is onderweg een beetje verdwaald.

In de documentaire hoorde ik voor het eerst over 'koopblogs'. Filmpjes van dames die online hun aankopen tonen. Genre: "Had eigenlijk niks nodig maar deze kaarsjes stonden zo mooi bij mijn kussens (of andersom) dus toch vier van gekocht". De koopmeisjes in kwestie zouden volgens de econoom (man) hun eigen graf graven. Juist zij zijn degenen die in de maakindustrie of boetiekjes werken die de concurrentie met 'Made in China' niet meer aankunnen. Die gaan dan failliet en zetten dezelfde dames aan de kant. We zouden in Europa, ook als consument, het tij moeten keren en vaker voor kwaliteit moeten kiezen. De koopblogs worden medegefinancierd door de prijsvechters zelf.  

Wachtend bij de derde kassa raak ik beklemd tussen twee 'Goh-lang-niet-gezien-hoe-istie?' dames. De vrouw achter me vertelt over haar plotselinge ontslag, net nadat ze terug was van vakantie. Ze was boos geweest, verdrietig. Had een tijdje in de flexpool gezeten maar deed nu werk op een buitenschoolse opvang, niet meer met die hele kleintjes. Ze vindt het leuk werk.

Het gaat weliswaar niet over aambeien, maar ik piep toch maar tussen hen uit naar kassa vier, ga achter een jong stel staan dat kinderchocolaatjes koopt. Echte en nep. Misschien stoppen ze de neppe wel in het 'echte' doosje als dat leeg is. Om hun kinders te foppen. Het is ten slotte bijna vijf december. 

De gekleurde bewaker maakt een praatje met de blanke bakker. Het gaat over ingangen die goed dicht moeten. Bij de ingang van de Aldi -na twee overvallen voorzien van dubbele schuifdeuren- ontmoet ik de kleuterjuf van mijn jongens. Ze heeft een mooi kleurtje. Nadat ze bijna veertig jaar voor de klas heeft gestaan, geniet ze nu van haar pensioen. Ze trekken veel rond en hebben het, op hun manier, best druk. Ze komen net terug van twee maanden Spanje. 

Huppelende Pieten passeren de plaatselijke Antilliaanse hangouderen. Aan tegemoet komende chocaladekindjes wordt gevraagd of ze 'niks lekkers lussen'. Braaf openen de peuters hun knuistjes. Zo lijken ze een beetje op Pakistaanse jongetjes in een madrassa.

Toch een beetje hypocriet. Vertellen we onze kindjes het hele jaar om vooral geen snoep aan te nemen van vreemde mannen, moeten ze in december juist wel hun hand ophouden!
En na ontvangst van het lekkers ook nog dankjewel zeggen tegen die meneer met pruik en pofbroek. 
Maar het is dan ook een zwarte meneer.
Met schoorsteenvegersoorbellen.
Dat scheelt.

dinsdag 18 november 2014

Narcolepsie? Niet lachen!

Vorige week haalde narcolepsie het landelijk nieuws. Na de inenting tegen de Mexicaanse griep met het Pandemrix vaccin, hebben enkele tientallen kinderen slaperitis gekregen. Zo noemen we het hier thuis soms. Maar narcolepsie, zo zei Kees vandaag zelf, waarom klinkt dat eigenlijk als dyslexie?

Kees kreeg dat prikje niet. Maar zakte in 2010 wel om onverklaarbare redenen door zijn benen. In het winkelcentrum, waar we net pizza hadden gehaald bij zijn grote broer. Nadat hij weer was opgestaan keek hij verbaasd achterom. Er lag geen stoeptegel los. In de weken er na viel hij soms in slaap. Achter de tv, in de auto en toen ook bijna, heel vreemd, achterop de fiets, in Amsterdam.

We waren met opa en oma op weg naar Artzuid aan de Apollolaan. Op de Jozef Israëlkade voelde ik Kees' koppie zwaar tegen me aanhangen. Best gezellig. Maar hij werd ook steeds stiller. Toen vroeg  hij: 'Mag ik lopen, ik haat mijn ogen'. We liepen nog een paar honderd meter. Kees vocht tegen zijn slaap en loodzware oogleden. Met de eerste kunstwerken in zicht, gingen we toch zitten. Er was plek zat op het bankje onder de bomen. Het miezerde. Kees weigerde te gaan liggen, maar hing al gauw slapend tegen me aan. Toen de regen aanhield, hees ik hem half slapend weer achterop, en zocht dekking bij de eerste de beste horecatent. 

Terwijl Leo zich met zijn grootouders vergaapte aan de kunst van Tinguely, zat ik om de hoek met een slapend kind aan de koffie en de cola. Het enige vermaak dat ik had was de naastgelegen open keuken. Daar werd druk Italiaans gebabbeld. Altijd leuk, stiekem afluisteren. Mijn benen sliepen. Kees ook. Om drie uur 's middags. Mysterie.

De huisarts kwam al gauw met een diagnose. Hoewel hij niet veel verder kwam dan het tonen van 'Je zal het maar hebben' van BNN en, zo bleek later, hij er ook geen idee van had dat deze aandoening chronisch was. De kinderarts wist er nog minder van. Hij zei zelfs resoluut dat narcolepsie bij kinderen nooit voorkwam, dat het in slaap vallen vast psychologisch was en door de scheiding kwam. MRI-scan, CT-scan, hartfilmpje, de hele rimram. Geen narcolepsie te zien. Nee, meneer dokter professor, dat kun je zo ook niet zien! (het verbaast me niks dat een juiste diagnose gemiddeld zo'n zeven jaar duurt). Geluk bij een ongeluk: door de gesprekken en tests bij de psycholoog bleek Kees tevens behept met een hoog IQ. Altijd handig, een slapende slimmerik.

Nadat de kinderarts op google en wikipedia had gekeken wat de aandoening inhield, en er bij de afdeling neurologie toch narcolepsie werd vastgesteld, bood de kinderarts zijn excuses aan. Hij stuurde ons door naar een ander ziekenhuis, want, zo luidde zijn conclusie, de kans dat hij nog eens een kind met deze ziekte te zien kreeg, was nagenoeg nihil (maar dat valt na het inenten van een half miljoen kleuters dus te betwijfelen). Hij hoefde dan ook geen moeite te doen zich hierin te verdiepen.

Nu zijn we vier jaar verder. Na de ontkenning ('Ik wordt juist moe van dutjes doen!) en wanhoop (ik kom liever onder een auto) is er nu een soort verzoening. En we kunnen gelukkig lachen. Zoals vanavond onder het eten bij de 'geschiedenislessen'. Kees had het over Philips de vijfde (of was het de derde?), dat het niet slim van hem was dat hij mensen met een ander geloof doodmaakte. Zijn broer gaf boven de rookworst een college middeleeuwen waar ik eerst geen touw aan vast kon knopen. 'Over stukken papier om korter in de hel te hoeven branden (aflaten) en over de reformatie en Marten Luther King. O nee, ik bedoel Luther en Calvijn en....' Nou ja, zware kost. Kees vond het vooral erg grappig. Zijn hoofd viel om beurten links en rechts van zijn bord andijviestamppot op tafel. Hij is de enige die ik ken die letterlijk de slappe lach kan krijgen.

Eigenlijk wilde ik iets schrijven over vanmiddag, over hoe je zes kilometer fietst als je drie nachten niet hebt geslapen. Want dat is, stel ik me zo voor, hoe het voelt om een aanval van slaperitis te hebben. Volgende keer volgt hiervoor het recept. Misschien handig voor als u eens dronken terugkeert uit de binnenstad.

Voor nu:

Slaap lekker

donderdag 13 november 2014

Eén worden met het gevaarte tussen je benen

Nerveus zat ik naast hem. Naast de kale vent. Links van mij zat een andere man. Met een oorbel in. Die lachte me bemoedigend toe. De kale vertelde over de verschillende onderdelen. En dat ik na elk onderdeel bij de mannen terug moest komen. Het werkte niet echt ontspannend. De zon scheen wel.

Ik deed mijn helm op, leren handschoenen aan, klemde mijn benen om de tank en zette mijn achterwerk stevig op het gevaarte van bijna tweehonderd kilo onder mij. Gelukkig was het gevoel in mijn handen weer terug. De weg was nat.

Langzaam rolde ik met slippende koppeling naar het begin van het parcours. Toen moest ie alweer uit. Om lopend in te parkeren. Gelukkig had deze motor geen bok, want daar had ik 'm met mijn bevende handjes vast niet op gekregen. Hij stond niet symetrisch in het vak, maar er wel binnen. Naast ons scheurden ambulancebusjes in colonne door sproeiende waterkanonnen. 

Mijn been zwaaide over de motor en na nog een verkennend rondje, knakte mijn rechter pols naar het asfalt en stoof ik weg. Links ontkoppelen, tweede, derde versnelling intikken en toen..... stonden er verdomme twee andere mannen in de weg. Op de weg. De oefening moest over. Het ging te langzaam. Het zweet stond in mijn handen.

Nu haalde ik de vijftig kilometer wel. Na de poort het gas los, links en rechts in de bocht hangen, de vrachtauto in de vorm van oranje pionnen ontwijken. Ook de kleine slalom ging goed en werd beloond met een duim omhoog van mijn instructeur. Toen volgde -helaas- de precisiestop. Ik ben meer van het flexibele soort, heb altijd al weinig feeling gehad met planning vooraf. Een noodstop was beter geweest. De motor kwam te vroeg tot stilstand, ik had de remweg niet mooi uitgesmeerd. Mijn koppie ging hangen, en mijn voet daarna ook. Hetgeen een onvergeeflijk strafpunt was bij het achtjes draaien. Ik voelde me niet één met het brullend monster.

Na het zakken mocht ik weer de snelweg op. Terug naar huis. Voor een laatste keer ervaren hoe dat voelde; een achtbaan op twee wielen. De naald van de snelheidsmeter zwabberde als een seismograaf bij schaal acht op de schaal van Richter. Het voelde sneller dan Rosetta, maar mijn collega's met hun klusbussen haalden me met bosjes in. De wind beukte op mijn kop.

Na de afslag gaf ik na elke rotonde vol gas. Bij de Suikerunie in Hoogkerk ontweek ik vakkundig het blubberspoor van de denderende vrachtauto's vol bieten (en wij maar denken dat de gaswinning van de NAM de aarde in Groningen doet beven). Na afloop gaf de man met de oorbel me een bakkie troost en vroeg naar mijn verdere plannen.

Kut, zei de tiepmiep bij het hoofdkantoor, toen ze hoorde dat ik gezakt was.
O wat kut, zei ook de vrouw die me een groot glas warme chocolademelk met slagroom kado gaf. Ja, zwaar kut, zei ik zelf die middag ook nog een keer.  


's Avonds zongen we driestemmig de stottersong.
Dat klonk gelukkig wel synchroon.
Misschien moest ik eens proberen te zingen op de motor.
Yamaha heeft per slot ook drie stemvorkjes als logo. yamaha logo photo yamaha_logo.jpg

dinsdag 11 november 2014

Meine Mutter arbeitet im Baugewerbe Grüße

Daar zat ik dan weer. In de goot. Maar ik heb niks te klagen hoor. Er scheen een heerlijk zonnetje en de radio was afgestemd op NPO 1 Zodat ik ook nog een beetje bij bleef met de verwikkelingen in de wereld (gister keek ik samen met twee andere ouders verbaasd naar de vlag die halfstok hing aan de Martinitoren. Wat zouden we hebben gemist?)

Er werd gepraat over schuldhulpverlening. Of de regeling om daarvoor in aanmerking te komen moest worden versoepeld. 'NEE!' zei een boze belster die nog duizend euro tegoed had van een stel dat genoot van hun Wajong uitkering en nog zo'n zeventigduizend euro aan openstaande rekeningen had. Het ergste was nog dat die twee thuis een enorm flatscreen hadden! Na drie jaar hadden ze heus geen zeventigduizend bij elkaar gespaard! (eigenlijk bespaard. Men krijgt veertig euro leefgeld per week gedurende drie jaar). En zij kon waarschijnlijk fluiten naar haar centen! 
Daar zit wel wat in, dacht ik, terwijl ik met één been buiten angstvallig de net geslepen beitel vasthield en het meisje dat beneden kwam aanfietsen hoorde zeggen: 'Lehti is er ook'. Haar oppas vroeg: 'Wie is dat, Lehti?' 'Die maakt bij ons het raam dat er boven uit is gewaaid', zei het meisje.

Een andere luisteraar stemde juist voor versoepeling. Het woord 'gezin' viel een paar keer. Dat doet het altijd goed. Wie 'gezin' zegt, zegt impliciet ook 'kinderen'. En geldgebrek met kinderen, dat vinden mensen vast een ongemakkelijke combinatie. Een eerder item op de radio ging over grote gezinnen: De trend dat vroeger veel minderbedeelden een groot gezin hadden, en nu soms juist mensen die boven modaal verdienen. Even dacht ik aan wijlen politica Els Borst. Zij zei eens dat ze geen broers of zussen had omdat haar ouders geen geld zouden hebben om meer dan één kind te laten studeren. Ik fantaseerde verder: Zou het kunnen zijn dat er nu veel kinderen met veel geld en minder met weinig geld opgroeien? En wat is het effect hiervan op de vaardigheid om met geld om te kunnen gaan?

De uitkomst van het schuldhulpverleningsluisteraarvraagstuk en het grotegezinnengemijmer ken ik niet. Naast het inkappen van scharnieren in het nieuwe raam, moesten namelijk ook de kozijnen worden rechtgemaakt. De herrie waarmee dat gepaard ging, overstemde de praters op standpunt nl.


Het werd donker. Onder mij zag ik lichtjes in de straat. Met kindjes er achteraan. O god, dat was waar ook, het was elf november! Hoog tijd om mijn boeltje op te ruimen. Terwijl ik de kluwen snoeren ontwarde, klopte B. op de deur. Of ik beneden ook een wijntje kwam drinken.

Beneden in de keuken nipte B. van de wijn die de man des huizes inschonk. Intussen was hij druk doende om het soepkipkarkas van vlees te ontdoen voor de ragout. Voor mij pakte hij een pilsje. 'Nee, dank je, ik hoef geen glas'. Ook snelde hij heen en weer naar de deur om tegen betaling van een handje snoep naar liedjes te mogen luisteren. Moeders kwam thuis uit haar werk en liet met gepaste trots de lampion zien die ze samen met haar dochter had gemaakt. Het was een gezellige Sint Maarten. Ik ging weer huiswaarts en B. ging ook naar buiten. Haar dochter zwierf ergens zingend door de straten. Toen ik mijn klusbus had gestart klopte ze nog even op mijn raam: 'Je bent ook net een bouwvakker, hè.'

Ik reed stapvoets mijn eigen straat in. Links en rechts staken kindjes de weg over. Mijn huis was leeg. De jongsten waren bij papa. Lichtje lopen. Grote zoon was aan het werk. Waarschijnlijk deelde hij nu stukjes pizza uit aan zingende kindjes. Ik scheurde zijn post open legde die in de rode map op de slaapbank, zijn tijdelijke thuis.

Maar kennelijk was er in mijn afwezigheid toch iemand thuis geweest. Om huiswerk Duits te doen. Op de Mac stond googletranslate open. Ik las: Meine Mutter arbeitet im Baugewerbe Grüße

Met het licht in het hele huis aan, konden Martinuskindjes zien dat er iemand thuis was. Ik trok nog een pilsje open en pakte mijn shag. Door het raam bewogen slingerende lichtjes. Liedjes ver weg en dichtbij klonken vrolijk door de wijk. Maar er belde niemand aan. Bouwvrouwen hebben natuurlijk ook geen snoep, alleen maar bier en shag.

Morgen klim ik weer gezellig in de goot.

dinsdag 4 november 2014

Vaste grond onder je voeten

Ouders verdrinken, kinderen verdrinken, verhalen verdrinken (schokkend tot 3.00). Soms komen er ook nieuwe verhalen. Over nieuwe liefdes en nieuwe baby's. Die worden verteld en voorgelezen. Zoals Christine Otten dat deed met Rafael. Over de baby die werd geboren uit de liefde tussen twee werelden. Zijn vader belandde in Brabant via Italië. Dat vreselijke, beloofde land dat zich als laars uitstrekt naar Afrika, dat immense continent dat voor het gemak vaak als één wordt gezien.

Gelukkig komt er tussen de drenkelingen door soms ook nog een ander beeld onze huiskamer binnen. Een beeld dat niet past bij ons beeld van Afriland, niet tegemoet komt aan onze drang om goed te willen doen. Want dat is wat Europa het liefst doet. Goed doen. Om onze superioriteit te bestendigen. Zo lang er mensen hierheen willen, zal het hier vast beter toeven zijn dan daarzo.
  
Maar vorige week, in 'Dwars door Afrika', zagen we hoe Portugese juffen les gaven aan rijke zwarte kleuters in Angola (ik meende dat het schoolgeld zo'n negenduizend euro per jaar bedroeg). De juffen misten hun familie in thuisland Europa, maar dankzij skype was het best te doen. Of gister, in Nieuwsuur. Met die multimiljardair die fortuin had gemaakt met mobieltjes in Afrika.

Zei ik miljardair? Haal dat beeld van die blanke patser dan maar gelijk weer uit uw hoofd. Deze man heet Mo en, 'ook al is ie zwart als roet, dat pak staat hem goed'.  Hij reikt een geldprijs van miljoenen dollars uit voor excellent leiderschap in Afrika. De selectiecriteria zijn streng. "Hoeveel wegen heb je aangelegd, hoeveel scholen en ziekenhuizen zijn er gebouwd? Heeft je bevolking eten op tafel, toegang tot stroom? Wat heb je gedaan aan vrouwenemancipatie?"

De boodschap was echter ook een andere. Dat Afrika barst van de bodemschatten, van jonge ambitieuze mensen. Jazeker, er zijn ook ziektes en oorlog. Maar ik stel me zo voor dat wanneer ik als pas afgestudeerde uit Dodoma (hoofdstad van een land vol goud, diamant, uranium en wat niet al. Tanzania. Claus had het vast erg warm uitgesproken). Goed, dan wil ik als zwarte academicus dus iets vertellen over bijvoorbeeld de nieuwste stedebouwkundige inzichten, maar willen mijn toehoorders alleen weten of ik ook mensensmokkelaars ken. Alsof hier in Groningen de bommen klaarliggen die ze in Oekraïne gebruiken. (Tripoli-Dodoma is drie keer de afstand Groningen-Donetsk) 

Maar mijn mantra kennen jullie nu wel. En het is ook wel erg makkelijk om steeds commentaar te leveren vanaf de zijlijn. Laat ik het wat dichter bij huis houden. Waar kan dat beter dan bij mezelf.

Ook ik nam voor de zoveelste keer een vlucht naar Italië. Niet via het ruime sop, maar door de lucht. Vanaf Rotterdam. Vlak voordat we het luchtruim kozen, bleek het paspoort van mijn lief verlopen. We konden gelukkig zonder smeergeld door. Of we Italië weer uit mochten was ons eigen risico.

We liepen eindeloos over Romeinse wegen en ik liet mijn lief zien waar ik kozijnen had geschuurd en vissoep gemaakt. We belandden per ongeluk op het plein waar ik agretti kocht en liepen rond de Engelenburcht waar ik eens buiten sliep, toen ik er eind jaren tachtig op bezoek was met een goede vriend (die wrang genoeg verdronken is. Hij werd niet opgevist in Mare Nostrum -'Onze Zee'- maar in onze zee, de Noordzee).

Sommigen vinden via Italië een nieuw lief in Brabant, ik verloor onder de Italiaanse septemberzon die van mij steeds meer uit het oog. Daar veranderden het goddelijke ijs, de bloemenpizza en mierzoete desserts niets aan. Of keek ik te veel naar mijn eigen weg? Was dat juist de oorzaak? Liet ik opnieuw te veel liefde achter in dat vreselijke, beloofde land? Misschien moet je een oude passie ook niet willen delen met je lief. Met de zon op je huid en de geur van caldarroste in je neus.





Na Rome liepen we over de kasseien van Todi en Montefalco. Ik liet hem zien waar ik woonde, werkte of wanhoopte. We redden samen een kat, aten gebakken paardensla en verdwaalden hobbelend over een witte weg, waar we aan de voet van de Apennijnen samen naar zonsondergang keken. Het mocht allemaal niet baten.

We gingen terug naar huis per auto, vliegtuig, trein en bus. Maar toen we na veertien uur eindelijk weer vaste grond onder onze voeten hadden, nam ik een andere weg.

De vraag is alleen
Welke grond?
Welke weg?









Vanavond zong ik
Vois sur ton chemin
en little light
In koor.

vrijdag 24 oktober 2014

Ik mis de volkswoede

Nou ja, dat van die volkswoede, dat zeg ik niet zelf, maar dat zei Pauw gister op tv.
Of zei zijn gast Engelen het? Die probeerde om de ons beter bekende Nout Wellink het boetekleed te laten aantrekken.
Huh? Wellink? Dat is toch die bankier?
Was dat nu de good guy of een bad guy?

Precies, daar ging het gister dus over. Over goed of slecht. Engelen vond dat Wellink en consorten met 'pek en veren' weg hadden gemogen, pardon 'gemoeten'. Maar Wellink draaide het zo, dat de vraag werd of hij nu wel of niet hard genoeg had geroepen dat het mis was. Dat de grote boze crisis eraan kwam! O ja, zei de bankier, dat had hij zeer zeker gedaan. Had zelfs meerdere keren gewaarschuwd. Maar niemand had naar hem willen luisteren. Wat ook logisch was, hij was toch maar een kleine vis tussen achtentwintig andere bobo's, men diende het natuurlijk in de juiste context te plaatsen. Om vervolgens nonchalant een paar namen te laten vallen: Obama bijvoorbeeld van eh, van eh... 'Engeland' zei hij toen zacht.
Nee, en natuurlijk had hij niet alléén geroepen, (zo vroeg een vrouw die op de tweede rang zat) en hij noemde gauw nog een andere naam die wij goedgelovige kijkers natuurlijk allemaal per ommegaande vergaten.

Goed tv-spel, dacht ik stilletjes. Wellink had de insinuatie weerlegt, dat hij zich op de borst klopte als enige roeper in de woestijn (toch the good guy). 'Ha ha', lachte de bankier losjes, terwijl hij zich tot het publiek wendde, 'Dat voel ik me al vanaf mijn vierde'.

Engelen herhaalde dat er na de crisis niets was veranderd aan de mentaliteit bij die banken, ook niet nadat ze voor 129 miljard overeind waren gehouden. Ook Engelen wist vast dat je de kijker niet voor je kunt winnen met woede. Hij hield zich in. Maar de onthutsende conclusies uit zijn boek waren bijna voelbaar in zijn blik.

Ook toen Engelen de kromme mentaliteit in de financiële sector bij Wellink wilde neerleggen, had de bankier een goed verweer. Welnee, sprak Wellink koel, dacht u nou echt dat die Chinezen mijn functie aldaar als beloning zien? Hij omzeilde sluw de aantijging dat hij verantwoordelijkheid droeg bij het instorten van die banken. Bagatelliseerde het probleem. Die Chinezen hebben wel beters te doen. Het probleem waar het werkelijk om ging, werd ondergeschikt gemaakt.

En dan, na het stroop smeren bij Engelen ('Ik ben het met u eens, tuurlijk is er niet genoeg dekking bij de banken, die moet zeer zeker nog verder omhoog), er nog maar 's een grapje tussendoor gooien waar alleen hij om moest lachen: 'Weet u wat ze zeggen als ik dat in China zeg... China is groot. Ha ha.'


En toen miste ik de scherpte van Witteman. Want zei Wellink met zo'n onschuldig geintje niet ook: 'Het duurt nog wel eventjes voordat alle Chinezen zijn uitgemolken'?


Wat na de uitzending bleef hangen was het beeld van een joviale, ervaren, rustig sprekende bankier die geen blaam trof en zowaar na zijn pensioen nog voor de Chinezen werkt. Wat een kerel!

Zijn verzuurde tegenspeler bedoelde het goed hoor, maar wat wilde deze stijve, ongeduldige schrijver nu eigenlijk? Hij miste de 'volkswoede?' Ha ha, Troelstra of Trotski de tweede. Hij wilden vast het onwetende volk verheffen en de schuldigen straffen. Engelen was degene die nu echt riep. Maar Wellink was door de wol geverfd en wist maar al te goed hoe dat moest, 'niet luisteren naar mensen die iets belangrijks te zeggen hebben' (en doen alsof je luistert). Hij zei zelfs: "Dan was er wel een andere Engel geweest." (lees: "Ik lig er niet wakker van.")

Maar weet u beste Wellink, Engelen en Pauw,
Die volkswoede is er wel.
In China.
Nu. 
Maar dat kwam niet aan de orde.

Misschien wist Wellink het niet.
Want op de Chinese tv doen ze alsof er niks aan de hand is. En foto's worden binnen enkele minuten van internet geplukt.   

Ik denk dat de gepensioneerde bankier erg op zijn plek is daar.

zaterdag 18 oktober 2014

Blaadjes vallen


Volle terrassen, gele en dieprode bladeren die maar niet willen vallen en avondkrekels. De herfst van dit jaar blijft maar zomeren. De paprika blijft bloeien, de aubergine hangt vol vruchten en ook de basilicum staat nog vol in het blad, daar komt met gemak nog een volle pot pesto van af. Zelfs de sperziebonen van vanavond smaakten nog naar de zon.

Het zou een perfecte avond zijn geweest om buiten na te tafelen na een goed gevulde barbecue. In het donker, want de nachten lengen wel. Maar er was geen sissend vlees dat dichtschroeide, of tere groene schijfjes courgette uit een vette marinade. Zelfs geen lucht van aanmaakblokjes bij de buren. Niks. Daarom maakte ik zelf maar een lichtje in de duisternis. En zette een kaarsje in de uitgeholde pompoen. De laatste. De grootste. Zo groot dat ik hem zelf niet kon tillen, ook niet nadat ik er vier volle pannen soep van had gemaakt.

Er verscheen een oranje gloed. Voorbijgangers, en ikzelf weten zo dat het herfst is, dat Sint Maarten voor de deur staat, dat blaadjes vallen. 





Het kaarsje is inmiddels op... of uitgewaaid.
Wie zal het zeggen.












zondag 12 oktober 2014

Ora et labora









Bellende schilders op de steiger van het Sint Pieterplein en het kinderziekenhuis van 'kindje Jezus'. Twee nonnen in de sinaasappeltuin van Santa Sabina, in een sereen moment van intimiteit, hoog boven de Tiber. Restaurateurs op de Trevifontein of lachend achter de tralies van de Santa Lucia kerk te Todi. Noord-Afrikaanse marktmannen met handkarren op Rome's Campo de'fiori, onder het toeziend oog van Giordano Bruno. Die misschien te weinig bad, want hij ging wegens ketterij op de brandstapel.


In dezelfde tijd -de hoogtijdagen van de Italiaanse renaissance- werd voor de vierde keer een begin gemaakt met de bouw van de nieuwe Sint Pieter basiliek. Eerdere ontwerpen en funderingen werden tot drie keer ontmanteld. Wat ben ik blij in deze tijd tijd te leven, waarin uit de hand lopende bouwkosten niet meer worden gefinancierd door het verkopen van aflaten.


Een dame die de wacht houdt bij de ingang van de Valdese kerk, staart gebiologeerd naar haar heilige roze Iphone. Op een enorm affiche achter haar valt nog net te lezen dat Christus zegt dat iets ons vrijheid brengt. Om te weten wat die vrijheid brengt, wordt er vast entree gevraagd. Even verderop, tussen de witte koppen van Caesar en zijn rivalen, schikken Pakistani hun 'Imperial fruit'. Bij de ingang van het tweeduizend jaar oude Forum Romanum, ziet de motorpolitie op zondag toe op de doorstroming van toeristen. Intussen schrapen archeologes met scalpelmesjes over de bodem van het enorme Circus Massimus.




Tweehonderd kilometer Noordwaarts, in de uitgestrekte bossen van Umbrië, het groene hart van Italië, worden eiken gerooid door Moldaviërs. Ze houden het bos gezond. Zeven dagen per week klinkt het gebrom van hun kettingzagen. Onze gastvrouw had geen oude kleren meer die wij aankonden om haar te helpen bij een klus; haar oude overalls waren de Moldaviërs goed van pas gekomen. Wel was er nog een witte slagersjas, die ik aandeed om te helpen bij het afdekken van het zwembad. 's Avonds stak ik mijn kop in hun stortbak. Omdat die zo irritant zoemde, al jaren. Ik bad, met beide benen aan een kant van de toiletpot. Ik vrees dat dit grenst aan heiligschennis. Maar op mysterieuze wijze stopte het zoemen wel. (en dat kon volgens onze gastheer niet aan het slangetje liggen waar ik wat aan prutste)










Maar niet alleen in Italië wordt gewerkt en gebeden. Hier om de hoek, in Garnwerd, is de kerk na een lange restauratie, sinds drie weken weer open voor publiek. Vrijdag bewonderde ik er fresco's met mijn jongste zoontje. Op de vloer lagen prachtige, groen geglazuurde, tegels. Onder alle zittingen van de kerkbanken liepen cv buizen. Dan zit je er warmpjes bij als je je tot de Here wendt. We hadden geluk want de zijdeur was open. Daar had de bebaarde man voor gezorgd die later in zijn rolstoel door de voordeur werd geduwd. Maar dat wisten wij niet. Hij gaf gratis uitleg over het orgel dat haar oorspronkelijke donkere houtkleur terug had en over de keuze voor de moderne lampen die volgens Kees de vorm hadden van 'dat wat engeltjes boven hun hoofd hebben'. Keesje mocht de enorme aureolen bedienen met de dimmers.

Er was ook een gigantische grafsteen van ene Sebastiani. Deze man had meer geluk dan zijn tijdgenoot Bruno, Nee, pastor Sebastiani was vast een gelovig man. Hij bereikte een gezegende leeftijd van vijfennegentig jaar en was toen weliswaar 'kout en styf', maar, zo stond ook in steen gebeiteld, 'ick bracht 't aen't 6 wyf'. (En 'hier onder leght mijn lyf'... en nu weet ik ook waar Dick Bruna zijn inspiratie vandaan heeft).

Ik zou daarvan hier graag ook plaatjes laten zien. Maar wiste net per ongeluk tienduizenden foto's  van mijn Mac. Dat krijg je er van, als je koppig blijft vasthouden aan je eigen oude sok en geen vertrouwen hebt in 'the cloud', waar iedereen tegenwoordig zijn kiekjes parkeert. En als ik al even halstarrig blijft vasthouden aan het gedateerde 'blogspot', zal ik ook geen volgelingen kunnen krijgen van de meer wereldse wordpressers. Maar ja, ik ben ook Jezus niet. Verder dan het met vereende krachten redden van een kat uit een put, heb ik het deze vakantie niet geschopt.

Toen Kees in Garnwerd het gastenboek tekende, met zijn zwarte capuchon over zijn hoofd en zijn blik naar beneden, lijkt hij precies Giordano Bruno.

Deze zondagmorgen sprak op de radio een zoetgevooisde vrouwenstem over het lot van Lot. Om daaraan toe te voegen dat er ook nu nog veel erge dingen gebeuren. En dat de reden dat God daar nog niet ingrijpt is dat er misschien "nog mensen bekeerd moeten worden. Misschien jij wel"

Amen.




















donderdag 9 oktober 2014

Het gedoe van de liefde op het werk

"Mama, mag ik fietsen?
"Ja, schatje, dat is goed."
"Mama mag ik wat eten?"
"Ja schatje, ik ga koken."

Dan is het even stil.

"Wat is dat?", vraagt dan één van de twee meisjes in de speeltuin achter me.
Ik kijk om.  
"Een deur", zeg ik.
"Waar istie voor?"
"Kijk daar maar, zie je? Daar is een deur en daar, bij dat andere huis, is een gat, daar moet ie in."

"Sij is niet mijn zusje hoor. Ze is bij mij aan het spelen. En wij spelen vader en moedertje"
"O, ik dacht dat jullie moeder en kind speelden. En nu hoor ik niks meer. Doei."

Ik zet mijn gehoorbescherming op en schaaf met veel kabaal een paar millimeter van de deur af.

Het is leuk om buiten te werken. Ook al moet ik zo nu en dan met al het gereedschap in de schuur vluchten omdat er een herfstbui voorbij komt. 

Een student op de fiets ontwijkt glimlachend mijn schragen op de stoep. Hij heeft oortjes in.
Een buurvrouw op leeftijd veegt haar straatje aan en kijkt intussen nieuwsgierig naar waar al die herrie toch vandaan komt. Ze begint een praatje.

Binnen, bij de klant thuis, is het niet veel anders. Als klusser, als vrouw, misschien zelfs als agogisch geschoolde, wie zal het zeggen hoeveel dat met veel zweet behaalde diploma nu nog iets betekent. In ieder geval krijg ik binnen tien minuten de meest bijzondere verhalen van mensen te horen. Vol met schrijnende details. Verhalen waar met gemak dagelijks een column mee kan worden gevuld.

Naast bovengenoemde redenen is er volgens mij nog iets waarom mensen mij hun hele ziel en zaligheid bij de een kop koffie serveren. Ja, soms lijkt een klant het zelfs jammer te vinden dat de reden voor mijn komst, een lekkend toilet, of een verrotte deur, roept. Ik ben een buitenstaander. Een tijdelijke vreemde. Maar wel één die men vertrouwt (ik heb intussen meer huissleutels dan steeksleutels). Ook hoef ik niks met hun verhalen te doen. Het is veilig. Daarom krijg ik voor het schaven, schuren of schilderen vaak verhalen over de liefde die niet lukt, een echtgenote die plotseling stierf of een depressieve ex. Over een kind dat crimineel is of onenigheid over de opvoeding.... over alles. En vooral over mensen die hen nabij zijn. Of afwezig.

Dan zeg ik "Goh wat erg" of " Niet te geloven". Soms vraag ik door of geef wat peptalk en dan, na de koffie, ga ik weer aan de slag. Naar buiten, in de miezerregen. Luisterend naar meisjes die moeder en kind spelen. Of jongetjes die tegen elkaar opbieden over hoe goed ze kunnen voetballen.

Het is zes uur, ik schroef de laatste scharnieren vast. De deur sluit perfect.
De klant draait hem op slot en gaat koken. Alleen.
Ook de meisjes zijn naar huis gefietst.
Jammer dat volwassenen verleren om te spelen.

zaterdag 27 september 2014

Als je er niet over schrijft, is het alsof het ook niet bestaat.....


"......Dan is het onzichtbaar. Maar het bestaat wel. Nog erger: het is overal. Het is misschien wel de meest voorkomende misdaad om ons heen. Het aantal inbrekers valt er bij in het niet en uitgaansgeweld is in vergelijking niet meer dan maar wat stoeien. Als het overal is, dan kun je het niet negeren. Dan moet je er wel over schrijven."

Misschien beticht Rob Zijlstra me nu van ongeoorloofd overnemen van zijn tekst. Maar wát hij zegt en vooral ook de manier waaróp hij twintig september over het onnoembare schrijft in het Dagblad van het Noorden, verdient duizend thumbs, retweets en vooral: de voorpagina! Dan moet je er wel over schrijven.

Rob schrijft over Klaas (71), Ard (48) en Harrie (43). Die in schuurtjes, bij het vissen, en op andere plekken hun misdaad pleegden. Jarenlang. Dagelijks. Zonder getuigen. Of het moet het medeweten zijn geweest van hun echtgenotes. Die hun dochters en zonen niet konden of wilden beschermen. Het maakt kwaad, het maakt woedend of, zoals Rob het zelf zegt: 'Schrikt u van deze verhalen, dan is het goed'.

Bij mij dringt zich ook de vraag op wat je zelf kunt doen in geval van misbruik. Dat ligt minder makkelijk dan als je getuige bent van winkeldiefstal of misdaad op straat. Juist omdat het zo onzichtbaar is. Onnoembaar. Twintig jaar geleden werd me dit eens gevraagd. Via via. Of werd dit 'via via' smoesje erbij bedacht om zelf niet als betrokkene te boek te staan? (In dezelfde lijn als: 'Een vriendin' heeft een schimmelinfectie/ schulden/ is verslaafd enz., wat moet ik doen?). Was de vrouw die me dit vroeg zelf in gewetensnood? Had ze vermoedens bij de man van wie ze hield, die zo lief voor haar dochter was. Zijn stiefdochter. Hij had haar steeds naar bed willen brengen, verhaaltjes voorgelezen... Het kon toch niet waar zijn dat.....?

Hoe het echt zat, zullen we nooit weten. Net zo min wist ik een passend antwoord op de vraag hoe te handelen als er een meisje bij je aanklopt met de mededeling jarenlang te zijn misbruikt, maar niet wil dat de vrouw van de dader dit ter ore komt. Want dat was wat er gebeurd zou zijn.

Ik vroeg advies aan een bevriende huisarts. Die zou dit vast vaker hebben meegemaakt. Van het antwoord bleef me vooral bij dat je niet gelijk het heft in eigen hand moet nemen. Hoe graag je dat ook wilt. Er kunnen gemengde gevoelens naar de dader zijn, angst voor wat er gaat gebeuren. Geef daar aandacht aan, neem het serieus. Door het voortouw te nemen in wat er moet gebeuren, en hoe, maak je een slachtoffer nog een keer slachtoffer. Er wordt een tweede keer over haar (of hem) beslist. Het lichamelijk leed is, ook met een zware straf, niet terug te draaien. Maar het geknakt gevoel van eigenwaarde kan wel verergeren als je geen zeggenschap geeft in de te nemen stappen.

De arts die me dit advies gaf, was erg geschrokken van mijn vraag. Ze liet dit tijdens ons gesprek niet merken maar vroeg wel waarom ik juist haar om raad vroeg. Mij leek haar rol als huisarts een vrij logische reden. Pas later hoorde ik dat ook zijzelf vroeger was misbruikt. Binnen de familie. Die ik kende. Ik twijfel nu nog minder aan de betrouwbaarheid van haar advies. Ook niet aan haar deskundigheid als huisarts.

Wat ook vaak gebeurt is dat men zich verschuilt achter de massa (dat is toch de taak van de huisarts/ juf/ buurvrouw. Niet die van mij?) of dat de omgeving zo onbeholpen is met de situatie, dat er alleen maar heel hard wordt weggekeken. Appelvrouw schrijft er akelig goed over. Over hoe zij na jaren van misbruik, mishandeling en vernedering vluchtte, maar niet veilig was tussen de mensen in het dorp.

Wat zowel in het stuk van Rob Zijlstra als in dat van Appelvrouw opvalt, is de rol van moeder.  'De vrouw van Klaas wist het wel, maar zij sloot haar ogen waardoor het leek alsof het onzichtbaar was en niet gebeurde'. En de vrouw van Harrie, de moeder van de kinderen 'Gelooft dat haar man onschuldig is.' Alleen bij Ard, die negen jaar zijn dochter verkrachtte, lijkt sprake te zijn van spijt: 'Het had hem verbaasd dat hij niet direct werd aangehouden (...). Hij had zich gemeld bij de politie nadat zijn dochter alles had verteld aan de vrouw die daarna zijn ex werd.' 

Is het toeval dat de enige dader die werd verlaten, ook de enige is die spijt heeft? Appelvrouw schrijft bij het overlijden van haar moeder, die ze bijna veertig jaar niet zag: "Wat zal ik me nu nog druk maken om mijn familie en een altijd liefdeloze, dode moeder." En later, in 'schuldeiser': "Dit alles maakt me ook hartstikke blij, eindelijk gerechtigheid! Het voelt zelfs een beetje als wraak, zij wilde me onterven, ze wilde me niets geven. Het papieren bewijs van de veroordeling van mijn vader was gerechtigheid. En dit ook, omdat mijn moeder voor mij nooit vrijuit had mogen gaan."

Niet alleen Rob Zijlstra,
ook Appelvrouw kan erg goed schrijven.
Ze maakt trouwens ook prachtige foto's.

Dat je het weet.